| Verslagjaar | Onderzoeksgroep · mln € | Onderzoeksgroep · aandeel | Referentiegroep · aandeel |
|---|---|---|---|
| 2017 | 47 | 4,2% | 2,85% |
| 2021 | 52 | 3,94% | 3,53% |
| 2023 | 55 | 3,92% | 3,49% |
| 2024 | 50 | 3,39% | 3,45% |
CBS 81156NED. De eurokolom toont de gekozen post voor de eerste branche. Voor elk aandeel is dezelfde post gedeeld door de totale bedrijfsopbrengsten van de bijbehorende CBS-groep. De bedragen zijn nominaal.
Werk de rekenproef uit
Persoonlijk werkblad
Vergelijk dezelfde inzetduur bij huur en koop
Uitgangspunten en bedragen zijn voorbeelden, exclusief btw. De CBS-cijfers in het artikel staan los van deze proef.
Vergelijk twaalf maanden. De aanvullende uitgave is hier onderhoud bij koop. De verwachte verkoopopbrengst telt éénmaal mee. Financiering en belasting zijn buiten beschouwing gelaten.
25 gebruiksdagen voor het omslagpunt van de proef.
| Eigen aankoopaanname | € 27.800 |
|---|---|
| Restopbrengst als aanname | € 21.900 |
| Verondersteld onderhoud | € 2.150 |
| Huur per gebruikte dag | € 330 |
Uitgangspunten en uitwerking van scenario B
Het tweede voorstel vereist een zwaardere uitvoering van hetzelfde bedrijfsmiddel. De kandidaat zet alleen de hogere aankoopuitgave in de vergelijking.
| Eigen aankoopaanname | € 37.530 |
|---|---|
| Restopbrengst als aanname | € 21.900 |
| Verondersteld onderhoud | € 2.150 |
| Huur per gebruikte dag | € 330 |
De eerste vraag aan de werktafel
Zet de verplicht gestelde uitrusting van twee formules naast elkaar. Noteer de beschikbare looptijd, vervangingsvoorwaarden en het recht om het bedrijfsmiddel na vertrek te houden. Welke bedragen zijn doorbetalingen aan derden en welke horen bij eigen werkzaamheden?
Neem voor een investeringsstaat met gelijke gebruiksperiode ook de post overige diensten mee. Bij ‘9603 Uitvaartbranche’ is die tweede landelijke post in 2024 22 miljoen euro, of 1,49% van de bedrijfsopbrengsten. Bij ‘813 Hoveniersbedrijven’ beslaat dezelfde post 1,29%. Die twee percentages zeggen niets over de staat van de verzorgingswagen, maar maken zichtbaar waarom je naast afschrijvingen ook deze tweede post in de eigen administratie wilt opzoeken.
Afschrijvingen op vaste activa volgens het CBS
Wat stelt honderd euro bedrijfsopbrengsten voor bij ‘9603 Uitvaartbranche’? In de landelijke gegevens over 2024 valt daarvan afgerond 3,39 euro onder afschrijvingen. Je kunt dat controleren met 50 miljoen gedeeld door 1.477 miljoen, maal honderd. In het vorige beschikbare vergelijkingsjaar 2023 is de uitkomst 3,92 euro per honderd. Het zijn verhoudingen tussen twee branchetotalen. Een individuele eigenaar kan een heel andere kostenstructuur hebben.
De jaarreeks begint hier bij 2017, met 4,2% voor ‘9603 Uitvaartbranche’. De hoogste waarneming binnen de gemeenschappelijk beschikbare jaren is 4,79% in 2018. Het laagste aandeel is 3,39% in 2024. Zet daarnaast ‘813 Hoveniersbedrijven’, waar afschrijvingen in 2024 3,45% van de opbrengsten vertegenwoordigt. Een hoog jaarcijfer vertelt op zichzelf niet of iemand meer eenheden heeft gebruikt, een hoger tarief betaalde of een andere activiteit uitvoerde.
Vergelijk dezelfde inzetduur bij huur en koop
Voor twaalf maanden gebruik kies je € 27.800 aanschaf, € 21.900 verwachte verkoopopbrengst na afloop en € 2.150 onderhoud. Het huuralternatief kost in de eerste proef € 330 per gebruikte dag. Deel de netto modelkosten van koop door de daghuur en rond voor het omslagpunt naar hele dagen omhoog. De koop vraagt bij aanvang wel het volle aankoopbedrag. Dit verschil in kasbeslag vraagt een aparte afweging.
Het tweede voorstel vereist een zwaardere uitvoering van hetzelfde bedrijfsmiddel. De kandidaat zet alleen de hogere aankoopuitgave in de vergelijking. In de proef verandert uitsluitend het bedrag voor aanschaf van € 27.800 naar € 37.530. De tweede invoer is een gekozen alternatief voor de bespreking. De gekozen maatstaf is ‘gebruiksdagen tot het omslagpunt met huur’. Je leest eerst 25 en daarna 54. De tweede berekening komt 29 hoger uit. Neem beide uitkomsten op in een investeringsstaat met gelijke gebruiksperiode. Toets de veranderde aanname met een aankoopofferte met de afgesproken uitrusting. Gebruik de opdrachtbevestiging met afzonderlijke leveringen om de bijbehorende opdracht daadwerkelijk terug te vinden.
Een investeringsstaat met gelijke gebruiksperiode
Laat beide aanbieders reageren op een investeringsstaat met gelijke gebruiksperiode met precies dezelfde orderomvang en afbakening. Verwijder bedrijfsnamen uit jouw eerste vergelijking zodat een vertrouwde merknaam de rekensom niet beïnvloedt. Als de uitkomsten verschillen, vraag dan naar het voorschrift, de factuur of de werkafspraak die dat verschil aannemelijk maakt. Een voordeel op deze post kan elders een extra verplichting meebrengen.
Vragen voor het vervolg
- Welke bedragen zijn doorbetalingen aan derden en welke horen bij eigen werkzaamheden?
- Wat vul je voor tijd en geld in als jij zelf de opdracht ‘een afgesproken begeleidingsonderdeel verzorgen’ gaat uitvoeren?
- Wat moet je bij de opdrachtbevestiging met afzonderlijke leveringen kunnen aantonen om een investeringsstaat met gelijke gebruiksperiode af te ronden?
Bronnen
Vergelijk mijn voorstellen
Vertel waar je staat met een investeringsstaat met gelijke gebruiksperiode. Met een geanonimiseerd voorbeeld van de opdrachtbevestiging met afzonderlijke leveringen kunnen we de vraag over uitvaartonderneming concreet maken.
